1. MENSBEELD
Wat zijn de consequenties van onze fundamentele uitgangspunten voor de werking van Openluchtopvoeding naar de volwassen personen met een handicap toe ?
Ten eerste beschouwen wij personen met een handicap in eerste instantie als onze medemensen. Ons mensbeeld doet ons niet vergeten dat we te maken hebben met personen die eventueel om zorg vragen en zeker zorg behoeven. Maar om de doelstellingen van onze werking maximaal te bereiken, leggen we bovenal het accent van onze werking op de ontmoeting met een medemens.
Ons idealisme sluit geen realisme uit, wanneer we stellen dat de eigenheid van de persoon met een handicap, zijn normen en waarden centraal staan.
Ten tweede beschouwen wij de personen met een handicap als individuen met een eigen persoonlijkheid. Het specifiek zich uitdrukken, betekenis geven, zich verbonden voelen met andere mensen, zien wij als unieke uitdrukking van het mens zijn en benaderen we met respect. Voor ons is het een uitnodiging tot kennismaking, dialoog en interactie.
Ten derde en onmiddellijk met het vorige samenhangend, gaan we ervan uit dat de aan onze zorg toevertrouwde mensen over veel mogelijkheden en bekwaamheden beschikken en dat het onze taak is de voorwaarden te creëren zodat ze die maximaal kunnen ontplooien en tot ontwikkeling brengen.
Ten vierde respecteren wij ten volle een godsdienstige, filosofische of ideologische overtuiging.
2. ONZE DIENST- EN HULPVERLENING/ THEORIE EN PRAKTIJK
De onder 1. vermelde levensbeschouwelijke uitgangspunten hebben een meer concrete uitwerking gekregen in o.a. de Universele Verklaring van de rechten van de mens en de ideeën rond volwaardig burgerschap en emancipatorisch denken en inclusie.
Het mensenrechtenmodel somt zeven vrijheden op waar iedere burger recht op heeft:
- vrijwaring van discriminatie
- vrijwaring van behoeftigheid;
- vrijheid van persoonlijke ontwikkeling;
- vrijwaring van bedreiging van persoonlijke veiligheid;
- vrijheid van bestuursdeelname;
- vrijwaring van onrechtvaardigheid;
- vrijheid voor productief werk.
In het ondersteuningsdenken, waardoor onze werking wordt gekenmerkt, vinden we deze principes terug. De kwaliteit van het leven staat hierbij centraal. Personen met een handicap krijgen de nodige ondersteuning aangeboden om hun leven in de maatschappij zo kwaliteitsvol mogelijk uit te bouwen.
Omdat de personen met een handicap centraal staan, vertrekt onze werking vanuit hun zorgvragen. Rekening houdend met hun situatie, gaan we ervan uit dat zij als volwaardige burgers moeten kunnen deelnemen aan de samenleving. Zij dienen in de mate van het mogelijke in staat te worden gesteld zelf inhoud en vorm te geven aan hun leven. Zij dienen dan ook zelf keuzes te kunnen maken op verschillende levensgebieden, hoewel zij min of meer in hun toekomst en zelfbepaling beperkt zijn. Het is dan ook onze verantwoordelijkheid om voorwaarden te creëren zodat de toekomstperspectieven van deze groep mensen kunnen verbeteren. We willen ze daarom inspraak geven. Tevens is de relatie tussen wonen, zorg en welzijn van cruciaal belang in het tegemoetkomen aan hun rechten. Ze blijven zo onafhankelijk mogelijk binnen hun situatie en geven zoveel mogelijk uiting aan hun voorkeuren en mogelijkheden.
Tenslotte houdt dit alles ook in dat we vertrekken vanuit een model van gelijkwaardigheid met dezelfde rechten en plichten voor zowel de personen met een handicap als voor de begeleiders.
2.1. Het burgerschapsmodel
Om dit alles te realiseren baseren we ons op het burgerschapsmodel van Van Gennep (1997). Dit model bevat een aantal interessante invalshoeken. Volwaardig burgerschap betekent dat personen met beperkingen worden gezien als volwaardige burgers in onze samenleving, met dezelfde rechten en plichten. Zij kiezen hoe ze hun bestaan inrichten binnen de grenzen die voor alle burgers in de maatschappij gelden. Ze hebben controle over hun eigen bestaan waardoor er geen plaats meer is voor betutteling.
Tenslotte is ook kwaliteit van bestaan van belang. We gaan akkoord met Van Gennep als hij zegt: “Kwaliteit van bestaan houdt in dat mensen zelf vorm en inhoud geven aan hun bestaan (volgens algemeen menselijke en specifieke basisbehoeften) onder gewone leefomstandigheden en volgens gewone leefpatronen. Ze doen dit zodanig dat ze tevreden zijn met dit bestaan”.
Het bevorderen van dit individuele welbevinden uit zich op verschillende vlakken zoals:
- participatie d.w.z. volwaardig deel uitmaken van de samenleving en de nodige ondersteuning krijgen;
- respect en waardering voor de diversiteit in levensstijl;
- keuze en controle door zelf keuzes te maken en beslissingen te nemen;
- verbondenheid in relaties d.w.z. dat relaties met anderen cruciaal zijn en het sociale netwerk uitgebouwd moet worden;
- nadruk op de mogelijkheden, niet op de beperkingen.
- Het is voor ons belangrijk dat de persoon met een handicap weet dat hij bij de samenleving hoort met dezelfde rechten en kansen, zonder onderscheid van persoon of mate van persoonsontwikkeling. Gelijkwaardige burgers hebben immers gelijke rechten wat impliceert dat de behoeften van iedereen even belangrijk zijn. Deze behoeften moeten het uitgangspunt zijn voor de inrichting van de samenleving waarbij alle middelen van de samenleving zodanig moeten worden gebruikt dat iedereen gelijke kansen heeft op participatie.
- Binnen onze werking willen wij op al deze verschillende vlakken de nodige ondersteuning bieden zodat de persoon met een handicap zich zo kan ontwikkelen dat hij in staat is een leven van zo degelijk mogelijke kwaliteit te leiden.
Doordat wij ‘achter’ de persoon met een handicap staan en geloven in zijn capaciteiten, wordt het voor hem makkelijker om zich te ontwikkelen. Dit wordt als positief ervaren en verschaft de persoon met een handicap meer controle over zijn leven.
2.2. Emancipatorisch werken
Hierin kadert ook het emancipatorisch werken met personen met een handicap. Emancipatie veronderstelt dat de persoon met een handicap erin slaagt op een zo zelfstandig mogelijke wijze het eigen leven vorm te geven. In emancipatorisch werken maken we plaats voor keuzes en wensen, voor eigen initiatieven van de personen met een handicap. Het is een bewust werken aan de voorwaarden opdat mensen met een handicap zelf keuzes kunnen maken. De doelstelling van emancipatie is het doen toenemen van mogelijkheden zodat de hulpeloosheid van de persoon met een handicap zoveel mogelijk afneemt en de zelfbepaling toeneemt. Dit alles in een omgeving die een klimaat biedt om deze doelstelling te bereiken.
Emancipatie betekent in eerste instantie dus greep krijgen op het eigen leven (los van betutteling). Het betekent het scheppen van een ruimte waarin eigenheid en autonomie maximaal ontplooid kunnen worden. Als we spreken over emancipatorisch werken zijn volgende uitgangspunten belangrijk:
- Gelijkwaardigheid: we staan achter de persoon met een handicap en treden in dialoog met elkaar. We gaan uit van de mogelijkheden van deze persoon en ondersteunen hem hierbij waar nodig.
- Keuzevrijheid: we vinden het belangrijk dat de persoon met een handicap zijn eigen keuzes kan maken.
- Inspraak en verantwoordelijkheid: personen met een handicap moeten inspraak kunnen hebben en verantwoordelijkheid kunnen dragen voor genomen beslissingen. De begeleiders gaan deze personen coachen waarbij we er rekening mee houden dat er verantwoorde risico’s genomen kunnen worden.
- Ondersteuning: we streven naar maximale zelfstandigheid en ontplooiing en bieden enkel ondersteuning op die domeinen waar het nodig is.
- Sociale netwerken: we onderkennen het belang van sociale netwerken voor personen met een handicap, er wordt rekening gehouden met hun ervaringsdeskundigheid.
- Respectvolle bejegening: we gaan om met de personen met een handicap via een heldere en breed gedragen visie. De attitude van de emancipatorisch gerichte begeleider wordt gekenmerkt door zelfkennis, kritische reflectie, het bespreekbaar stellen van emoties, acceptatie, interesse, inlevingsvermogen,… Dit vinden wij belangrijke elementen van een basishouding voor de begeleiders.
Met deze uitgangspunten in gedachten, nemen we tijdens onze begeleidingen volgende vuistregels in acht :
- wat iemand zelf kan, doet hij zelf
- het belang van het nemen van afgewogen risico’s
- eerst zelfzorg, dan professionele zorg
- structuur bieden is perspectief bieden, ondersteuning van het eigen handelen
- voorzichtig met andere normen en waarden
- eerst kijken en dan handelen
- bewust keuzes maken en methodisch werken
- alles staat of valt met de grondhouding van de begeleiding
Wij vinden het voor de personen met een handicap belangrijk dat zij zich kunnen ontwikkelen op alle levensdomeinen en hierin eigen keuzes kunnen maken. Dit betekent inspraak en vrijheid van keuze, relaties, arbeid, wonen en seksualiteit. De persoon met een handicap heeft het recht om ondanks het ‘anders zijn’ maximaal zelf zin te verlenen en betekenis te geven aan zijn eigen leven.
Op gebied van relaties vinden we het belangrijk dat hun recht op privacy en intimiteit gerespecteerd moet worden. Ze hebben recht op relaties, ook seksualiteit speelt hierin een rol. Daartoe bieden we de persoon met een handicap – indien nodig – relationele vorming. Wij geven hun aangepaste informatie (d.w.z. aangepast aan ontwikkelings- en communicatieniveau) omtrent relaties en seksualiteit.
Het is zeer duidelijk dat personen met een handicap onder geen beding bedreigd of misbruikt mogen worden. Bij enig vermoeden van misbruik hebben zij recht op bijstand, ondersteuning en behandeling voor wat betreft hun geestelijke gezondheidszorg.
Ook in hun vrije tijd wordt ondersteuning geboden indien wenselijk. Samen met de persoon met een handicap kan op zoek gegaan worden naar een evenwichtige uitbouw van zijn vrije tijd. De uitbouw van een sociaal netwerk voor de persoon met een handicap is een blijvend aandachtspunt. Dagelijks wordt vastgesteld hoe moeilijk dit soms is. De rol van de begeleider hierin is dat hij de persoon met een handicap gaat stimuleren en helpen ontdekken hoe hij zelf een rol kan spelen in een sociaal netwerk en de uitbouw ervan.
2.3. Inclusie
Om de ideeën van volwaardig burgerschap en emancipatorisch werken ten volle tot ontplooiing te laten komen, staan we achter de idee van inclusie. Inclusie veronderstelt dat inspanningen geleverd worden om de maatschappelijke belemmeringen weg te nemen die personen met een handicap beletten om als burger te functioneren. Niet zozeer de persoon met een handicap moet zich aanpassen aan de samenleving, de samenleving zelf moet veranderen. Ze dient de verscheidenheid van mensen te erkennen, de morele gelijkwaardigheid te beschermen en de burgerlijke gelijkheid te garanderen. Diversiteit is de norm. Personen met een handicap moeten worden benaderd als individuen die zelf richting geven aan hun leven en de voorwaarden mee bepalen waaronder ondersteuning geboden moet worden.
Inclusie betekent ook dat men het recht garandeert dat een persoon met een handicap zich zo zelfstandig mogelijk kan ontplooien in de samenleving. Het rechtendiscours veronderstelt een maatschappelijke verbintenis waarin ook een mentaliteitswijziging vervat zit.
Volgens Biklen (1992) zijn de kernelementen van inclusie :
- onvoorwaardelijke acceptatie is een recht van alle mensen ;
- acceptatie is meer dan mensen laten ‘zijn’, het houdt vooral in dat men hard zal moeten werken om een gemeenschap te vormen ;
- participatie is net dit stapje meer dan het aanwezig mogen zijn, het gaat om actief meedoen ;
- inclusie houdt in dat mensen niet verplicht worden om eerst te bewijzen wat ze kunnen vooraleer ze mogen meedoen ;
Inclusie verwijst dus ook naar een betrokkenheid op de gemeenschap d.w.z. dat personen met een handicap actief lid worden van de gemeenschap en dat er een verbondenheid is met het leven van anderen.
2.4. Ondersteuningsdenken
Een volgend basisprincipe is het ondersteuningsdenken. Dit wil zeggen dat we enkel ondersteuning bieden op die gebieden waar het echt nodig is. Wij geven steeds ondersteuning met een duidelijk toekomstperspectief voor ogen. In ondersteuningsplannen wordt samen met de persoon met een handicap bepaald welke richting we uitgaan en welke stappen daar eventueel voor genomen worden. Dit impliceert dat onze ondersteuning een dynamisch gegeven is dat varieert qua intensiteit en inhoud.
In de geboden ondersteuning speelt het natuurlijk netwerk van de persoon met een handicap een grote rol. Indien dit netwerk duidelijk aanwezig is, is het de eerste partner in het hele ondersteuningsproces. Indien niet proberen we – zo haalbaar en realistisch mogelijk – stelselmatig een netwerk uit te bouwen.
Het geheel van ondersteuning bieden, geeft de persoon met een handicap ook de nodige vrijheid. Vrijheid betekent niet dat men aan zijn lot wordt overgelaten maar eerder een openheid in communicatie en handelen waardoor de persoon met een handicap als gelijkwaardige partner wordt beschouwd. Vrijheid betekent tegelijkertijd ook het bieden van veiligheid ; er worden verantwoorde risico’s genomen en noodzakelijke veiligheden geboden (vb. budgetbeheer).
Als we tenslotte handicap bekijken als het resultaat van de relatie van een persoon met een handicap met zijn sociale omgeving (handicap als sociaal construct), moet deze omgeving zijn steentje bijdragen tot inclusie want het sociaal functioneren van een persoon met een handicap wordt mee bepaald door de verwachtingen en eisen van de omgeving.