2. ONDERWIJS EN OPVOEDING
Vanuit dit mensbeeld kijken wij naar onderwijs in het algemeen en naar het onderwijs in onze school in het bijzonder. Wij beschouwen onze school als opvoedingsgemeenschap. Dit betekent dat we onderwijs benaderen als een opvoedingsproces waarin we extra accenten leggen. Deze extra accenten verwijzen in eerste instantie naar de specificiteit van "onderwijs" en ten tweede naar wat ons onderwijs "buitengewoon" maakt.
Een omschrijving van opvoeden maakt duidelijk wat we met ons onderwijs willen bereiken.
"Opvoeden is kansen schenken aan menselijke ontwikkeling door het aanbieden van een pedagogische relatie; het creëren van een groeibevorderend klimaat en het ontwikkeling uitlokkend hanteren van situaties."
(Kok, J.F.W.; (1984) Specifiek opvoeden in gezin en school, dagcentrum en internaat.)
In deze omschrijving wordt opvoeden opgehangen aan drie centrale elementen: relatie, klimaat en situatiehantering. Deze drie elementen nemen we verder mee in de uitwerking van wat ons onderwijs inhoudt.
Wat is "buitengewoon" onderwijs?
"Specifiek opvoeden is opvoeden dat overaccentuering kent in functie van en als antwoord op de specifieke vraagstelling van het kind."
(Kok, J.F.W.; (1984) Specifiek opvoeden in gezin en school, dagcentrum en internaat.)
In onze school werken wij met kinderen die behoefte hebben aan speciale onderwijszorg. Elk kind binnen de school heeft zijn / haar specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften. Deze behoeften kunnen we aflezen uit de manier waarop dit kind zich aan ons toont, uit het gedrag dat het kind vertoont. Het is onze opdracht deze behoeften op te vatten als een vraag die het kind aan ons stelt. Wanneer wij speciale onderwijszorg aan dit kind willen bieden, buitengewoon onderwijs willen zijn, moeten we een antwoord op deze vraag formuleren Dit antwoord bestaat uit extra accenten die we leggen in de relatie die we met het kind aangaan, het klimaat dat we creëren en de leersituaties die we aanbieden.
De vraagstelling van het kind is binnen de werking van onze school terug te vinden in geformuleerde zorgvragen. Elke zorgvraag is dan ook een concretisering van de vraagstelling van het individuele kind.
Wat betekent dit voor ons?
Elk kind heeft nood aan relatie
Het in relatie zijn met anderen beschouwen we als de kern van opvoeden. Het in relatie zijn met anderen is fundamenteel voor de algemene ontwikkeling van elke persoon. Slechts in relatie hebben we een reden ons handelen te veranderen.
Binnen onderwijs ontwikkelt deze relatie zich voornamelijk tussen de leerkracht enerzijds en het kind anderzijds. Leerkrachten voelen zich verantwoordelijk voor de ontwikkeling van kinderen en engageren zich daarom tot een duurzame relatie met kinderen. Zij benaderen kinderen vanuit een houding van onvoorwaardelijke aanvaarding.
De relatie tussen beiden heeft het karakter van een dialoog wat betekent dat ze steunt op gelijkwaardigheid en impliceert ook dat beiden een actieve rol spelen. In deze relatie wordt de leerkracht de persoon die zich richt op onderwijzen en wordt het kind de leerling die kansen krijgt op ontwikkeling en leren.
De accenten die we als leerkracht leggen in de relatie die we met kinderen aangaan worden bepaald door de vraagstelling.
Een klimaat creëren dat de groei bevordert
Klimaat staat voor het affectieve klimaat, de sfeer die heerst binnen de school, binnen de klas en bij specifieke situaties. Wij werken doelbewust aan een groeibevorderend klimaat, dat gekenmerkt wordt door een aantal elementen die maken dat leren optimaal mogelijk wordt.
Volgende elementen in dat klimaat zijn voor ons essentieel om tot leren en groei van kinderen te komen:
- Veiligheid. Een omgeving waarin kinderen zich veilig voelen is een omgeving die gekenmerkt wordt door duidelijkheid en voorspelbaarheid. De houding van leerkrachten wordt in dit kader gekenmerkt door echtheid, respect, empathie en vooral onvoorwaardelijke aanvaarding.
- Kansen. Kinderen moeten steeds ervaren dat ze alle kansen krijgen. Alleen wie telkens opnieuw een kans krijgt blijft geloven in de mogelijkheden van verandering en ontwikkeling. Een nieuwe kans betekent opnieuw perspectief bieden in een situatie die vastgelopen is.
- Verbondenheid. Wie zich verbonden voelt met de school en het schoolgebeuren, ervaart dat hij meetelt en erbij hoort. Zo kan hij zich mee verantwoordelijk leren voelen voor een groter geheel. Dit komt duidelijk tot uiting in het werken aan de wij-kring binnen een klas. De ervaring tot een groep te behoren waarin men elkaar nodig heeft en voor elkaar zorg draagt, is belangrijk voor de verdere ontwikkeling van kinderen en hun plaats in de samenleving. Verbondenheid ervaren met de klas en de school is een oefening op het zich verbonden voelen met de samenleving in zijn totaliteit.
Naast deze algemene elementen wordt het klimaat in groepen en klassen bepaald door de individuele noden van kinderen. In elke groep worden extra accenten gelegd in het klimaat dat gecreëerd wordt om het leren en het welbevinden van deze specifieke groep optimaal mogelijk te maken.
Leersituaties zodanig hanteren dat ontwikkeling mogelijk wordt.
Ons onderwijs is steeds gericht op het bereiken van doelen, zowel op korte als op lange termijn. Deze worden bepaald op basis van het totaalbeeld van het kind en sluiten aan bij de vraagstelling. Om recht te doen aan dit totaalbeeld zijn zowel kennis, vaardigheden als attitudes belangrijk.
Om de gestelde doelen te kunnen bereiken, worden leersituaties aangereikt. Een leersituatie is elke concrete situatie waarin onderwijs geboden wordt. De keuze voor bepaalde leersituaties wordt bepaald door de doelen die worden gesteld. Het hanteren van deze situaties wordt afgestemd op het individuele kind. Dit betekent dat we heel bewust bepaalde leersituaties zullen kiezen.
Opdat kinderen zich zo optimaal mogelijk zouden kunnen ontwikkelen, kiezen wij voor leersituaties die aansluiten bij hun belevingswereld. Dit betekent dat de aangeboden situaties concreet en realistisch zijn zodat ze voor kinderen betekenis hebben. Ervaringen vormen hierbij een belangrijk aanknopingspunt. Om ervoor te zorgen dat situaties betekenis hebben, is de samenhang tussen verschillende leergebieden (horizontale samenhang) zeer belangrijk. In de praktijk zal vak- en groepoverschrijdend werken hiertoe een middel zijn.
Wanneer de leersituaties aansluiten bij de belevingswereld van kinderen, worden kinderen ook actieve partners in het eigen leerproces. Leren is dan ook voor ons een actief proces van het zich eigen maken van kennis, vaardigheden en attitudes.
Het is onze taak een krachtige leeromgeving te creëren. Hierin willen we expressiviteit en creativiteit een belangrijke plaats geven. Expressie en creativiteit hebben te maken met zich uiten en met communiceren, zowel verbaal als non-verbaal.
Ook conflicten en crisissen zijn voor ons belangrijke leersituaties. Conflicten maken immers deel uit van het leven en het is dan ook belangrijk kinderen hiermee te leren omgaan. Via reflectie op het eigen handelen, bieden we kinderen de mogelijkheid inzicht te verwerven in de eigen problematiek en reiken we handvatten aan om hiermee om te gaan.
In de keuze van leersituaties bieden we kinderen ook houvast om een transfer te kunnen maken naar levensechte situaties. Het toepassen van het geleerde in andere situaties vraagt veel oefentijd en een stapsgewijze opbouw.
Elk handelen, maar zeker opvoedend handelen, situeert zich tegenover waarden, normen en regels. Opvoeden gebeurt nooit vanuit het niets. Ook binnen onze school wordt er opgevoed vanuit een cultuurgebonden referentiekader. Onze school kunnen we beschouwen als een minisamenleving waar kinderen in een veilige omgeving kunnen oefenen voor het leven.