Kinderen en jongeren - Beleidsvisie
 
 
     
 
 
     
 
 


1. BOUWSTENEN VOOR KRACHTLIJNEN VAN ONZE DIENST- EN HULPVERLENING

1.1. Mensbeeld

De afdeling kinderen en jongeren van Diensten- en Begeleidingscentrum Openluchtopvoeding vertrekt steeds vanuit een humanistische en pluralistische visie. Hieronder verstaan wij dat ons handelen gedragen wordt door een aantal humanistische waarden waarbij we de eigenheid van ieder persoon in zijn totaliteit centraal stellen en hem vanuit een fundamenteel respect tegemoet treden.

We gaan ervan uit dat ieder mens zich maximaal kan ontplooien. Dit houdt in dat we vrijheid van gedachten voorstaan en respect opbrengen voor de mening van anderen. Ieder individu kan mens zijn volgens zijn mogelijkheden. Mensen zijn gericht op groei en ontwikkeling; ze bezitten de kracht en de bekwaamheden om zaken te veranderen en problemen op te lossen.

Elke godsdienstige, filosofische of ideologische overtuiging van de persoon wordt door ons gerespecteerd voor zover ze de integriteit en de vrijheid van de medemens niet in het gedrang brengen. Deze pluralistische ingesteldheid bepaalt zowel de relatie tussen de medewerkers als de relatie met alle personen waar we vanuit ons werk mee geconfronteerd worden.

Het fundamenteel respect wensen we verder te ontwikkelen. Elke mens beschouwen we als een uniek wezen. Dit uniek zijn respecteren we.
Het specifiek zich uitdrukken, betekenis geven, zich verbonden weten met andere mensen zien we als unieke uitdrukkingen van het mens-zijn en benaderen we met respect. Voor ons is het een uitnodiging tot kennis-making, dialoog en interactie.

 1.2. Het Kind en zijn context

Elk kind is een mens en een uniek wezen. In die zin geldt al het voorgaande uitdrukkelijk voor een kind.

Als we het kind benaderen, willen we verwijzen naar het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind en ons aansluiten bij de vier fundamentele beginselen:
- het belang van het kind,
- het non-discriminatiebeginsel,
- het recht op leven, overleven en ontwikkeling van het kind,
- het recht van het kind op participatie.
We menen dat we dit belang, dit beginsel en deze rechten moeten plaatsen naast de verbondenheid van het kind met zijn context.

Essentieel voor het begrip kind is het feit dat het in interactie staat met zijn context en opgevoed wordt, groeit als mens, in relatie met zijn opvoeders (de volwassen personen die het opvoeden), zijn context. Het kind heeft een context nodig om als mens te kunnen groeien.
We weten dat er feitelijk grote verschillen zijn in de contexten van de kinderen die begeleid worden.
We weten ook dat er feitelijk grote verschillen zijn in beschikbaarheid van de personen van de context (in het verleden en in het heden) Realiteit is ook dat bepaalde feiten (bv. incest, mishandeling) en gebrek aan beschikbaarheid (bv. verwaarlozing) diepe sporen en kwetsuren kunnen nalaten bij het kind.

Binnen deze verscheidenheid is het onderkennen en verlenen van bestaansrecht aan de existentiële loyaliteit van het kind noodzakelijk.

Naar ons hulpverlenend handelen betekent het voorgaande dat we, als we naar een kind kijken, steeds de context, de beschikbaarheid ervan en de loyaliteit van het kind in ogenschouw dienen te nemen. In het andere geval doen we tekort aan de essentie van het kind. Dit is des te complexer omdat we zelf ook, vanuit onze hulpverlening, mee deel uitmaken van de leef- en zorgomgeving van het kind. Hierbij is het nodig dat we het houdingsaspect ontwikkelen om afstand te kunnen nemen van ons eigen handelen en functioneren en er van op afstand kunnen naar kijken. Dit maakt het mogelijk om het kind in zijn context te kunnen zien en zicht te krijgen en te houden op ons eigen deel in dit geheel.

Als we ‘kind’ zeggen, bedoelen we een kind dat groeit tot een jongere.
We geven hiermee aan dat het kind evolueert in relatie tot zijn omgeving. Het kind groeit van een afhankelijk wezen, dat totaal aangewezen is op de zorg van zijn omgeving, naar een meer autonoom en zelfstandig persoon, die naar volwassenheid groeit. Speciale aandacht is er nodig voor de dynamiek van de puberteit. Het lijkt of de jongere zich afzet tegen de omgeving, maar net op het moment dat hij die omgeving nodig heeft om de betrouwbaarheid van deze omgeving te kunnen testen en zo door te kunnen groeien.

1.3. De ouders en de leefomgeving van het kind

Zoals we het begrip kinderen en jongeren hanteren, komen we vanzelf bij die personen terecht waarmee het kind van nature is verbonden en/of die als volwassenen een opvoedende taak op zich nemen, verder genoemd de ouders.
 
De verbondenheid geeft de ouders een existentiële plaats in het leven van het kind en dat dienen we te respecteren. We kunnen ons zelf beschouwen als de mede-werkers van de ouders in en naar de belangen van het kind of de jongere. Vanuit het oogpunt van de jongere dienen we de ouders mee te betrekken, ook bij breuken of ernstige traumatische gebeurtenissen binnen de ouder-kindrelaties.
Als we dit uit het oog verliezen, zijn het vaak de kinderen of de jongeren die er ons aan herinneren. Elke ouder die we kunnen versterken, kan meer ruimte en kansen bieden aan zijn kind.

Verder dan de figuur van de ouder(s), is er de context of de leefomgeving van het kind.
Het kind maakt deel uit van een gezin, een familie, een leefomgeving, netwerken van relaties waarbinnen het zich beweegt en verhoudt en waarin het een volwassen leven zal uitbouwen.
Het belang van de bredere leefomgeving dient voldoende onderstreept te worden doordat er een grote invloed van uitgaat. In de bredere leefomgeving zijn er veel mogelijkheden en kansen te vinden en het kind zal zich later als volwassene moeten bewegen in en zich verhouden tot zijn leefomgeving.

Binnen elke vorm van hulpverlening die we aanbieden aan kinderen zal het kijken naar het netwerk van groot belang zijn. Ook dient er belang gehecht te worden aan de ontwikkeling van een netwerk om de kansen van het kind/jongere te verhogen.
De ontwikkeling van een kind naar jongvolwassene gebeurt ook in een leefomgeving die aan belang wint (peergroep, aangaan van relaties, overgang school/werk, enz).

1.4. De zorgvraag als uitgangspunt

Iedereen die op bepaalde momenten met zorg of hulp wordt geconfronteerd, kent ook het gevoel van ‘overgeleverd’ te zijn aan de deskundigheid van de zorgverstrekker. Essentieel om hulpverlening te kunnen toelaten en er zich deelgenoot van te weten, is het gevoel zich ‘gehoord en begrepen te voelen’.
De overtuiging dat het aanbod moet aansluiten op de vraag (en niet omgekeerd) maakt dat wij steeds terugkeren naar de vraag van de betrokkenen om na te gaan of onze hulpverlening en onze deskundigheid aansluit op die vraag.


2. KRACHTLIJNEN VOOR ONZE DIENST– EN HULPVERLENING AAN KINDEREN EN JONGEREN

2.1. We realiseren zorg op maat

De hulp- en dienstverlening is kind-, gezins- en contextgericht
Vanuit het oogpunt van het kind en de jongere is enkel die hulp aangewezen die gezinsgericht is omdat deze hulp de existentiële loyaliteit en de verbondenheid van het kind met zijn context, in de eerste plaats zijn ouders, erkent.

Vanuit het oogpunt van het kind en de jongere is enkel die hulp aangewezen, die zicht houdt op de actuele en toekomstige leefomgeving van het kind/jongere, omdat deze hulp rekening houdt met de inbedding van het kind in een leefomgeving en het feit dat het kind naar een leefomgeving terugkeert of in een leefomgeving verder zal dienen te groeien.

- De hulp- en dienstverlening ondersteunt het kind, zijn gezin en zijn context
Vanuit de verbondenheid van het kind met zijn gezin en/of zijn context, werken we, zowel naar het kind als naar het gezin (de ouders), ondersteunend.

Voor beide perspectieven geldt dat we focussen op de mogelijkheden eerder dan op de beperkingen en dat we fundamenteel geloven in de groei-kracht van kinderen, jongeren en van gezinnen.

Voor kinderen en jongeren, rekening houdend met hun mogelijkheden (bv. beperkt vanuit hun stoornis) en leeftijd, betekent dit dat we hen zo veel als mogelijk eigen ruimte laten en geven, zo veel als mogelijk zelf keuzes laten maken, beslissingen nemen en verantwoordelijkheid op zich nemen voor hun keuzes en beslissingen.

Naar ouders betekent dit dat we, vanuit de focus op hun mogelijkheden, gepaste vormen van ondersteuning aanbieden en we hun terrein zo groot mogelijk laten en maken. De hulp- en dienstverlening is erop gericht dit terrein te vergroten samen met het verhogen van het zelfwaardegevoel van de ouders.

Het ondersteuning bieden, geeft de kinderen, jongeren en hun ouders ook de nodige vrijheid.
Deze vrijheid dient hier gekoppeld te worden aan een sterk engagement van de hulpverlener, die ook als de hulpverlening niet vrijblijvend is, openheid in communicatie en handelen hanteert waardoor de begeleide personen als gelijkwaardige partner worden beschouwd.

Bij een (noodzakelijke) opname betekent dit dat we oog hebben voor de impact, de beleving van dit feit op de ouders en zoeken we vanuit deze situatie hoe we hun terrein zo groot mogelijk kunnen houden (in balans met het werkbaar houden van de opname waarbij duidelijke afspraken dienen te worden gemaakt) en het opnieuw kunnen vergroten.

- Het aanbod van hulp- en dienstverlening sluit aan op de hulpvraag en is variabel in tijd
Het hulpaanbod varieert van ondersteuning van de primaire opvoeders (ouderbegeleiding) tot het aanbieden van een rechtstreekse opvoedende relatie (kind-leefgroepbegeleider) al of niet met begeleiding en behandeling. Vele variaties, combinaties en tussenvormen zijn hierin mogelijk. We zorgen er echter voor enkel die hulp aan te bieden die noodzakelijk en nodig is door de hulpvraag steeds als uitgangspunt te nemen (vraaggestuurd en emancipatorisch werken).

De hulpvraag evolueert. Het hulpaanbod volgt deze evolutie zodat telkens opnieuw het gepast aanbod kan worden gezocht. Onze hulpverlening biedt op die manier een hulpverleningstraject aan en/of sluit aan bij het hulpverleningstraject dat door andere hupverleners wordt aangeboden. 

2.2. We zetten interdisciplinaire deskundigheid in op een systematische manier

De kinderen, de jongeren en de ouders komen als betrokkenen op de eerste plaats. Hun ervaringen, kennis, inzet en betekenisverlening dienen in rekening te worden gebracht. Dit gebeurt vanaf het eerste moment bij het aanhoren en onderzoeken van de zorg- en hulpvraag.

De deskundigheid wordt ingezet, aansluitend op de hulpvraag en dit gebeurt op een systematische manier bij aanvang (intake), bij het opstellen van het handelingsplan, bij het uitvoeren en evalueren van het handelingsplan en bij het beëindigen van de dienst- en hulpverlening.

Er zijn vele terreinen van hulpverlening met bijhorende kennis en deskundigheid.
Enkele terreinen werden reeds in de tekst aangehaald zoals:
- de deskundigheid naar het opvoeden van kinderen,
- de deskundigheid om de verbondenheid van het kind met zijn gezin en context en de verbondenheid van het gezin/context met het kind te kunnen kaderen en integreren in de hulp- en dienstverlening,
- de deskundigheid om de hulp- en dienstverlening ondersteunend in te zetten.

Er zijn ook een aantal deskundigheden gegeven en ontwikkeld vanuit de sectorale kaders die momenteel aanwezig zijn:
- de deskundigheid rond het begeleiden en behandelen van gedrags- en emotionele stoornissen en/of licht en matig mentale handicap en/of autismespectrumstoornis,
- de deskundigheid rond werken in problematische opvoedingssituaties (systeemdenken, gezinsgericht denken).

Zonder volledig te willen zijn worden nog een aantal andere deskundigheden aangestipt:
- de deskundigheid rond de begeleiding vanuit een leefgroep,
- de kinderpsychiatrische deskundigheid,
- de deskundigheid te diagnostiseren,
- de (spel)therapeutische deskundigheid,
- de medische en paramedische deskundigheid.
De deskundigheid werkt het best indien ze op een open en ondersteunende manier wordt ingezet en aansluit bij de hulp- of zorgvraag.

Dit betekent dat we niet vertrekken vanuit een model waarbij een deskundige zich opstelt als diegene die kennis heeft, ‘het’ weet, maar zijn deskundigheid zo inzet dat ze de kennis en kunde van de betrokkene(n) vergroot.

De deskundigheid, die op deze manier wordt ingebracht, brengt nieuwe informatie in systemen, waardoor ze deze systemen beïnvloedt en in beweging brengt. Of met andere woorden: de kracht van de deskundigheid komt te zitten in de mogelijkheid om ze over te brengen naar de betrokkenen en de betrokken hulpverleners.
De deskundigheid die op deze manier wordt ingezet zorgt ook voor circulaire processen omdat elke deskundige (van de betrokkene tot de psychiater) zijn deskundigheid dient te enten op de informatie die hij krijgt/ontvangt van de anderen.

In die zin is het inzetten van deskundigheid een voortdurend proces dat vanuit zijn opbouw ook meebrengt dat er vanuit verschillende en steeds nieuwe invalshoeken naar situaties kan worden gekeken. Het is deze creatieve spiraal die blijvend mogelijkheden aanbrengt naar verandering.

 2.3. We werken emancipatorisch

Aansluitend op ons mensbeeld dat groei en ontwikkeling vooropstelt, dient de hulp- en dienstverlening emancipatorisch en participatief te zijn. De doelstelling van emancipatie is het doen toenemen van mogelijkheden zodat de hulpeloosheid en afhankelijkheid zoveel mogelijk afneemt en de zelfbepaling toeneemt. Dit alles in een omgeving die een klimaat schept om deze doelstelling te bereiken.

Deze lijn geldt zowel voor onze houding naar de kinderen en jongeren, binnen een proces van opvoeding als naar de ouders en andere opvoeders van de kinderen. Emancipatie betekent dan (weer) greep krijgen op het eigen leven en het scheppen van ruimte waarin eigenheid en autonomie ontplooid kunnen worden.

Enkele belangrijke uitgangspunten:
- het aangaan van dialoog als gelijkwaardigen,
- het verhogen van keuzemogelijkheden en keuzevrijheid,
- participatie of het-deel-hebben-in de zorg- en hulpverlening dient
ook ingevuld te worden en te blijven als de zorg overgedragen/gedeeld
wordt met professionele hulpverleners.
- inspraak,
- verantwoordelijkheid,
- respectvolle bejegening.

Het emancipatorisch werken betekent dat de hulp- en dienstverlening erop gericht is de kinderen en jongeren te doen groeien tot mensen die maximaal hun eigenheid en autonomie kunnen uitbouwen.
Dit betekent ook dat de hulp- en dienstverlening erop gericht is de ouders en andere betrokkenen te versterken en hun eigenheid en autonomie te respecteren en te doen toenemen.

Het emancipatorisch werken houdt in dat er gewerkt wordt op een transparante manier en door middel van open dialoog.

Deze manier van werken streeft naar een houding van openheid en een blijvende afstemming op het kind en zijn context. Dit betekent dat men steeds gericht is op het open brengen en benoemen van de informatie naar de betrokkenen en het expliciet maken van de manier van handelen (zeggen wat men doet).
Het houdt zorgvuldig en betrouwbaar communiceren in met het kind en de jongere, met de ouders en andere betrokkenen.


Algemene organisatie Algemeen gebruikers Partners Algemeen nieuws Vacatures Algemeen contact Algemeen downloads en links Algemeen aanbod Home OLO Algemeen contact Sitemap Tekst verkleinen Tekst vergroten Home OLO