Kinderen en Jongeren - Medisch Pedagogisch Instituut R. Quadens


Terug naar Menu ASS

AUTISMESPECTRUMSTOORNISSEN (deel 3c)

3.3. SPECIFIEKE WERKINGSMIDDELEN AUTIGERICHTE LEEFGROEPSWERKING - BOSUIL 1


Specifieke werkingsmiddelen, zijn alle hulpmiddelen die gemaakt zijn en beschikbaar zijn voor onze kinderen.
Achter de specifieke werkingsmiddelen zit een filosofie en een doel. Duidelijkheid, voorspelbaarheid en haalbaarheid zijn daarin cruciaal.
Doordat de kinderen met autismespectrumstoornissen in een leefgroep verblijven is er al noodzaak op zich om, zowel voor de kinderen, de ouders als de opvoeders, te steunen op duidelijke overzichten en afspraken.
De autismeproblematiek noopt tot individuele aanpassingen van deze hulpmiddelen.

We kunnen de middelen opdelen in 4 groepen afhankelijk voor wie ze bedoeld zijn:
1. Middelen en organisaties die voor heel de groep ontwikkeld zijn (kinderen, ouders en opvoeders ).
2. Middelen ontwikkeld voor heel de groep maar ook specifiek aangepast en uitgewerkt voor het niveau en de noden van het individuele kind.
3. Specifieke middelen voor of mét een kind ontwikkeld, omdat het kind er nood aan heeft.
4. Contactmiddelen voor kind én ouders.


Belangrijke rode draad doorheen alle structuurmiddelen die verder worden besproken:

Structuur is geen toverwoord, maar een werkwoord, je moet ermee gaan werken
Structuur kun je van buitenaf opleggen om van chaos orde te maken
Structuur bied je zelf best gestructureerd aan.
Het kind is geholpen door tijd en leefruimte te structureren.
Samen (wij gaan ...) opdrachten op een gestructureerde manier uitvoeren, helpen het kind om zelfstandiger taken aan te pakken
Een beloning is bevestigend;
- Krachttermen als: Super-formitastisch-gedaan! Wat doe jij dat knap! Enz.
- Een spontane knuffel of zoen.
- Een ‘high five’.
- Een schouderklopje.
- Een beloningetje! (kleine zaken af en toe) Of een leuk vooruitzicht, samen een spelletje doen.
- Een hulpmiddeltje maken waarin interesse van het kind zit via tekening en prent.
- Anderen doorvertellen hoe goed het kind iets deed, terwijl het kind dit hoort.
- Een blad of soort diploma geven.
- Een knipoog, applausje, glimlach, ... alles waar het kind van geniet.
- Een klein ’t is- gelukt -momentje: extra servetje op tafel, een mooi decoratief extraatje of extra toetje.
- Het kind positief benaderen geeft energie om eraan te werken. Blijven geloven in de groeicapaciteiten is belangrijk!


3.3.1. Middelen en organisaties die voor heel de groep ontwikkeld zijn.

- Dat zijn de middelen die door een samenstelling van 10 kinderen, met 6 opvoeders en daarnaast nog ouders en derden, maken dat iedereen in grote lijnen weet wie, wat, waar, en wanneer is.
- De middelen die een structuur bieden voor het groepsritme. De middelen die informatie en handelingen instant beschikbaar en logisch maken.

Daardoor kan het kind zijn/haar energie meer steken in ontspannen, spelen en groeien.


  • Schema’s
    • Slaapuren (zie bijlage ...)
    • Computeruren (zie bijlage ...)
    • Wie-werkt-lijst (zie bijlage ...)
    • Menulijst (zie bijlage ...)
    • Takenlijst (zie bijlage ...)
    • Dessertlijst
    • Woensdagactiviteiten

  • Tijd
    • Dagkalender
    • Scheurkalender
    • Maandkalender
    • Jaarlijn
    • Klokken
    • Uurwerken
    • Zandlopers/keukenwekker
    • Kleurenklok

  • Organisaties
    • Kapstokken
    • Schoenkast
    • Boekentashoek
    • Vieruurtjes
    • Tandenpoetsgerief
    • Wasmanden
    • Leesboekenrek

  • Ruimetelijke indeling
    • Tafelschikking
    • Kamerverdeling en indeling
    • Speelhoek indeling
    • Hoekenindeling
    • Kleerkast indeling

  • Kamerprogramma
    • Uitlegkaft
    • Gezichtjesblad
    • Nadenkwerk
    • Afsluiting
    • Kamerprogramma procedure

  • Oriëntatie en communicatie
    • Kindervergadering
    • Brievenbus
    • Wablieftkrant
    • Kampboekje
  • Schema’s : een overzicht dat steeds zichtbaar hangt in de leefgroep zodat iedereen die kan volgen.
  • Tijd : kalenders en klokken zodat de kinderen zich in de tijd kunnen oriënteren. Uurwerk en klok leren lezen en gebruiken als steun in structuur.
  • Organisaties : door het plaatsen van spullen in logische volgordes, het uitvoeren van taken vereenvoudigen.
  • Ruimtelijke indeling : door plaatsen te bepalen en in te delen, de ruimtes overzichtelijk maar ook prikkelarmer maken.
  • Veiligheid : regels en afspraken maken dat iedereen weet wat, waar, wanneer hoe.
  • Kamerprogramma : extra verduidelijking voor als het niet goed gaat en er serieuze agressie is. Een kaft met uitleg waarom, wat hoen, hoe lang etc.
  • Oriêntatie en communicatie : middelen om te converseren, verduidelijken en zich een deel van het geheel te weten.
Schema’s
Opdat iedereen tussendoor steeds kan zien en volgen, zonder al te veel inspanning om de informatie te bekomen.
Een overzicht dat steeds zichtbaar hangt in de leefgroep.
De schema’s geven een volgorde op.
  • Slaapuren (zie bijlage ...) zo weet iederéén, kind, opvoeders én opvoeders van andere groepen wie wanneer in bed hoort te liggen.
    Door verduidelijking valt enorm veel discussie en treuzelgedrag weg.
  • Computeruren (zie bijlage) elk kind ziet duidelijk wanneer het kans krijgt om op die éne computer te mogen én ziet dat iedereen eerlijk de kans krijgt.
  • Wie-werkt-lijst (zie bijlage) de kinderen weten graag wie er nu weer plots op dienst zal verschijnen en verdwijnen. Via deze lijst krijgen ze een beetje zicht, wat toch een beetje houvast geeft in de chaos van opvoedersshiften.
  • Menulijst (zie bijlage) voor elkeen een niet onbelangrijk gegeven, de menulijst van de grootkeuken, want wat schaft de pot vandaag en morgen? Mijn lievelingsgerecht of iets dat ik niet goed lust?
  • Takenlijst (zie bijlage) wederom een duidelijk overzicht, waarin iedereen even veel aan beurt komt om taken uit te voeren.
  • Dessertlijst (zie bijlage) om beurten deze kleine afwas doen en de verantwoordelijkheid dragen dit ook te noteren na de taak. Het vakje niet ingekleurd, betekent dat je snel weer aan de beurt zal zijn. Wél ingekleurd maakt dat je pas na al de anderen weer aan de beurt komt.
  • Woensdagactiviteiten: leuk om weten welke activiteiten er gepland zijn, een vooruitzicht met de gelegenheid om er op voorhand informatie over te verzamelen.
Tijd
Een zéér belangrijk element voor vele kinderen met autisme is zich kunnen oriënteren in tijd.
Wéten wanneer, wat gebeurt en meer zicht krijgen over de duur en volgorde van activiteiten is zeer belangrijk. Door regelmaat krijgt tijd betekenis.
Het kunnen inschatten hoe lang iets duurt, hoe lang iets in de toekomst ligt, geeft veiligheid en houvast.
Het zichtbaar maken van tijdsverloop geeft concrete informatie, over verwachtingen van tijd waarbinnen ze bepaalde opdrachten moeten volbrengen.
Het aanwezig zijn van zichtbare tijdselementen, maakt dat ze zich ook beter kunnen focussen op het doorwerken of doordoen van iets.
Het is belangrijk om zowel het begin als het einde van activiteiten aan te kondigen en verduidelijken.
  • Dagkalender: de naam van de dag, datum en maand met houten plakkaatjes zodat die dag per dag zichtbaar hangen
  • Scheurkalender: dag per dag afscheuren, vorige dag is voorbij en hop de nieuwe kondigt zich aan.
  • Maandkalender: in kindkaft maandoverzichten om belangrijke momenten op aan te duiden.
  • Jaarlijn: een lijn volgens seizoenskleuren, waarop zichtbaar is gemaakt wie wanneer verjaart, de vakanties en belangrijke zaken als een kamp of zo
  • Klokken: in elke ruimte hangt een analoge klok, om zich daarop te kunnen baseren
  • Horloges: De kinderen dragen zo veel mogelijk een horloge. Dagelijks kan ernaar verwezen worden om aan te geven tot wanneer het kan spelen, of mag gaan bezoeken of zo. Is het kind dan aan het fietsen dan beschikt het steeds over de informatie hoe lang het zich nog kan amuseren.
    We leren de kinderen vooral het horloge en de klok lezen door het dus dagdagelijks ook te gebruiken., niet enkel een uurtje oefenen op papier of in de klas maar het dan ook werkelijk gebruiken, maakt dat het veel dichter bij hun leefwereld komt te staan.
  • Zandlopers/keukenwekker: een handig zeer duidelijk middel om kinderen aan te geven hoeveel tijd ze nog resten om iets te doen.
  • Kleurenklok: Kan je de klok niet lezen, dan geeft deze klok toch een aanduiding hoeveel tijd er verloopt.
Prikbord met een jaarlijn op            Klok

- Een dagroutine is zeer belangrijk, ook al is niet elke dag exact hetzelfde, er keren vaste elementen steeds terug.
- Een weekroutine geeft overzicht aan wat specifiek aan bepaalde dagen gekoppeld is.

Organisaties
Door het plaatsen van spullen in logische volgorde, het uitvoeren van taken vereenvoudigen.
Kinderen met autisme worden ontlast van extra sociale verwachtingen, als ze enigszins waar mogelijk , een organisatie aangeboden krijgen die zeer logisch in mekaar zit. Hiermee worden organisaties bedoeld waar verschillende handelingen mekaar opvolgen en heel de groep deze vrijwel op dezelfde momenten moet uitvoeren.
  • Kapstokken , schoenkast, boekentashoek: Binnenkomen in een hal met 10 kinderen, is praktisch als ze stroomgewijs één na de ander, kunnen binnenkomen, jas weghangen, stapje ernaast schoenen uit en sloffen aan en stapje verder boekentas neerzetten, agenda eruit. Dan komen ze veel minder in botsing met mekaar.
  • Vieruurtjes: iederéén zijn/haar snoepjes in eigen dozen en op vaste plek in de kast = praktisch, zeker als dat dicht bij de tafels is, o te nemen en weg te zetten.
  • Tandenpoetsgerief: in onze groep niet in de badkamer of slaapkamer, maar in de keuken in mandjes, die ’s ochtends en ‘s avonds klaargezet worden, zodat iederéén ze duidelijk ziet staan en onderweg naar de badkamer makkelijk kan nemen;
  • Wasmanden: In de gang aan de slaapkamers, zodat de kinderen niet nodeloos gans de groep moeten doorkruisen en er heel wat minder deurengeklepper is.
  • Leesboekenrek: duidelijk zichtbaar open rek, zodat vanuit de groep of zithoek zijn/haar leesboek bereikbaar ligt. Ook een breiwerkje waaraan het kind bezig is kan daar bij liggen.
Ruimtelijke indeling
Door plaatsen te bepalen en in te delen, de ruimtes overzichtelijk maar ook prikkelarmer maken.
Hoekenindeling
Kinderen met autisme kunnen veel beter spelen of zich concentreren als duidelijk afgebakend is wat ze waar kunnen doen, waardoor ze mekaar veel minder storen.
- De gemeenschappelijke ruimtes zijn bijvoorbeeld de woonkamer, de badkamer, de keuken en de refter die iedereen gebruikt. Hier liggen de spullen meestal op een vaste plaats. Voor een kind is er al meer overzicht als het weet welke soort spullen, waar liggen
- Opbergruimte, met dozen en boxen is zeer noodzakelijk om alles terug netjes te krijgen. Sorteren is dan de boodschap om op te ruimen.
- Een plakkertje of kaart van ruimtelijke zaken bijvoorbeeld een kast, kan duidelijke informatie geven wat, waar hoeft te liggen.
Computerhoekje            Zithoek            Parasol tempert licht en geluid
  • Een speelruimte heeft nodig:
    Een vloer om op te zitten en spelen, voor de bewegingsruimte die ze nodig hebben
    Open rekken en bakken op kinderhoogte, waardoor ze zelf kunnen kiezen wat spelen en weten waar teug plaatsen
    Een dichte kast (eventueel elders) waar de rest zit waar ze nu niet mee kunnen/mogen spelen, zo houden ze overzicht en kan niet alles tegelijk in een rommelhoop verzeilen.
  • Tafelschikking: Vaste plaatsen maken dat daar al minder onverwachte elementen gebeuren en de sociale vaardigheden niet elkens op de proef worden gesteld ivm ‘wie wil naast mij ?’ etc. Ook wordt hier rekening gehouden met combinaties van kinderen, wat preventief werkt waar zij mekaar te erg opjutten of irriteren.
  • Kamerverdeling en indeling: Een plekje om eens rustig alleen te zijn, wie heeft dat niet af en toe nodig? Een plekje om even heerlijk rustig alleen te zijn, ongestoord en in je eigen wereldje kunnen zweven, of om gewoon de drukte te ontvluchten? De eigen slaapkamer is zo een mogelijk plekje, door af te wisselen met de kamergenoot kan die ruimte ook een helemaal voor jou alleen zijn.
  • Kleerkast indeling :
    Labels per dag, waar de pakjes kledij op klaargelegd kunnen worden, geven
    De inhoud van een kleerkast ook duidelijk overzicht.
  • Wasmandenplekje
Wasmandenplekje

Een ruimte die rust moet uitstralen is best ordelijk. Om huiswerk te maken zit je best op een plek waar je niet door iedereen en allerlei zaken afgeleid wordt. Voor het ene kind is dit anders dan voor het andere kind. De één zit best of liefst echt apart, de ander moet nog wel je nabijheid hebben.

Kamerprogramma
Extra verduidelijking voor als het niet goed gaat en er ernstige agressie is.
Om de groep veilig te hebben en houden is dit kamerprogramma uitgewerkt.
Bedoeling is de kinderen te leren dat agressie maatschappelijk niet aanvaard wordt.
  • Uitlegkaft: waarom, wat hoen, hoe lang etc. (zie kaft ‘kamerprogramma): Een deel met uitlegtekst en opdat het kind ook taal krijgt, waarom, wat agressie is enz. Een deel met overzicht hoe de kamerprogramma-dagen er uit zien
  • Gezichtjesblad: zodat het kind telkens voor een nieuw groepsmoment, zelf de waardering aan het vorig moment kan tekenen.
    Wat enerzijds de waardering van zijn best doen zeer zichtbaar maakt en moed geeft dit verder vol te houden. (komt in kindkaft nadien)
  • Nadenkwerk: een vast invulblad om verloop, oorzaak, gevolg en lesje uit kamerprogramma te halen(komt in kindkaft)
  • Afsluiting: een overzicht voor de ouders met melding waar ze frequentie en aard van agressie kunnen opvolgen.(komt in contactschrift)
  • Kamerprogramma procedure: Dit is een houvast van regels en afspraken, wanneer, waarvoor kamerprogramma wordt opgestart.
Deze is samen door opvoeders opgesteld na overleg en getoetst aan de praktijk.

Oriëntatie en communicatie

Middelen om te converseren, verduidelijken en zich een deel van het geheel te weten.
  • Kindervergadering: een moment waar de kinderen kunnen spreken en luisteren met en voor elkaar.
    Hier wordt verslag gemaakt (soms door schrijfvaardig kind).
    Groepsaangelegenheden besproken zoals kamp, woensdagactiviteiten, groepsregels.
    Klachten, wensen en vragen worden doorgnomen.
    Regels en afspraken worden herhaald.
    Uitleg van situaties of activiteiten wordt gegeven.
  • Brievenbus:
    Een middel om anoniem, met naam, heel persoonlijk of algemeen iets te laten weten of vragen.
    Dit is minder direct dan in grote groep, geeft tijd en ruimte om de informatie eerst te verwerken of bespreken enzovoorts.
  • Wablieftkrant:
    Een krant voor kinderen, die thema’s , nieuws en spel inbrengt in de groep.
  • Kampboekje:
    Een instrument met informatie over de kampen, wat, waar hoe en reflectiemogelijkheid om zelf dagelijks in te vullen wat er gedaan is en wat gegeten. Ook hoe heb ik me gedragen, waarom enzovoort. Dit geeft een beetje weer hoe het kamp verliep en dient tevens als instrumentje dat mee naar huis gaat zodat de ouders ook op de hoogt geraken hoe het kamp verliep.
Zeer veel schema’s, boekjes en instrumenten zijn ontwikkeld om ze in handbereik te hebben. Zo kunnen de kinderen die lezen of inkijken als het eventjes moeilijk is om zelf de gedachten te ordenen.


3.3.2. Middelen ontwikkeld voor heel de groep én specifiek uitgewerkt voor het niveau en de noden van het individuele kind.

Dat zijn middelen die uitgewerkt zijn om het groepsfunctioneren te bevorderen.
Zo uitgewerkt dat ze aan specifieke noden van de kinderen worden aangepast, wat maakt dat ze allemaal, ongeacht leeftijd, niveau of nood, ook de middelen kunnen hanteren. Zodat iedereen bepaalde normen, bijvoorbeeld orde kan handhaven.
Middelen die het persoonlijk functioneren van het kind verhogen.

Basismiddel en specifieke aanpassingen (in cursief)

  • Kamerorde
    • Ordeschema: basis is opvolgtekst wat je doet bij opstaan en slapengaan ? boekje, foto’s
    • Duimenschema: basis iedereen voor dezelfde dingen goede of slechte duim ? hulpmiddelen kledij in pakjes, of dagen plakkertjes,
    • Duimen : goed of niet goed
    • Duimenwinkel: iets klein voor 1 duim of sparen voor iets groter?

  • Kind-kaft
    • Wie ben ik? - Dit ben ik - Dit is mijn familie
    • Mijn doelstellingen: - ik werk aan, - mijn aandachtspunt, - mijn afspraken, - mijn IB-moment
    • Ik zit in stap:
    • Mijn kalenders: dagschema, weekschema, maanden
    • Mijn geld: zakgeld, spaargeld
    • Mijn adl vaardigheden
  • wat oefen ik
  • wat ga ik nog leren
  • wat kan ik al
    • Mijn duimen
    • Mijn lijstjes: ik heb nodig ...
    • Mijn tekeningen
    • Mijn nadenkwerkjes

Kamerorde
Kamerorde is iets wat in de praktijk zowel ’s ochtends als ’s avonds voor iederéén zeer veel opeenvolgende handelingen vraagt.
Zonder duidelijke verwachtingen wat er precies moet gebeuren, kunnen we ook niet verwachten dat alles in orde is.
Daarom heeft iedereen een duidelijk zichtbaar lijstje om op te volgen. Zo kunnen de kinderen het zelfstandig doen en zijn ze niet afhankelijk van een ander.
Ook de kinderen die er moeilijkheden mee hebben krijgen extra hulmiddeltjes, zodat het ook voor hén mogelijk is om elke dag in orde te zijn. Zo hebben zij evenveel kans om een goede duim te verdienen.

o    Ordeschema: de basis is een opvolgtekst wat je doet bij opstaan en
       slapengaan
       Extra hulpmiddel voor sommige kindjes -> foto’s
       Of een persoonlijk boekje voor natte of droge ochtend

o    Duimenschema: basis iedereen voor dezelfde
       Waardering: een goede duim of slechte duim , elke ochtend en elke avond
       -> hulpmiddelen kledij in pakjes, of dagen plakkertjes,

o    Mijn duimenblad: Een blad waarin éénmaal per week een goede duim
       komt als het kind heel de week goede duimpjes had verzameld.
       Een getal komt er op voor het aantal slechte duimen.
       Als in totaal 10 slechte duimen waren verdiend,

       wordt er één goede afgenomen.
       Daardoor blijft het toch belangrijk om zo veel mogelijk goede
       duimen te blijven verdienen. Dit voorkomt dat een kind het opgeeft
       als het in de loop van de week een slechte duim heeft gehad

o    Duimenwinkel:
       Met de verzameling duimen op het duimenblad in de kindkaft, kan het
       kind iets klein voor 1 duim of sparen voor iets groter.

Kind-kaft
De kindkaft is een persoonlijk instrument van het kind, dat steeds in de leefgroep staat. Hierin komt informatie voor en van het kind bijeen.
Zo kunnen kind, opvoeders en ouders allemaal opvolgen wat er allemaal rond het kind gebeurt.

Dit is een zéér belangrijk werkingsinstrument.
Ouders én kind hanteren deze kaft normaal gezien geregeld, om bijvoorbeeld zakgeld in te schrijven, of om te zien aan welk puntje er gewerkt wordt.
  • Wie ben ik? - Dit ben ik - Dit is mijn familie Dit maakt de kaft persoonlijk. Met ouders of IB invullen.
  • Mijn doelstellingen: -ik werk aan, -mijn aandachtspunt, -mijn afspraken, -mijn IB-moment: dit wordt samen met de IB
  • Ik zit in stap: indien nodig worden elementen als gebruik van computer in stappen aangebracht en kan men dit opvolgen in deze rubriek
  • Mijn kalenders: dagschema, weekschema, maanden: hier komt een overzicht betreffende het individuele kind, het kan belangrijke elementen daarin noteren en terugvinden.
  • Mijn geld: zakgeld, spaargeld: de kinderen en ouders kunnen altijd mee opvolgen hoeveel centjes er zijn en gespaard zijn;
  • Mijn adl vaardigheden: De IB en ouders bepalen samen met het kind wat het kan, oefent en gaat leren
    • wat oefen ik
    • wat ga ik nog leren
    • wat kan ik al
  • Mijn duimen: hier kleeft het kind zijn duim wekelijks om te verzamelen voor de duimenwinkel.
  • Mijn lijstjes: ik heb nodig…: hier kan het kind steeds onmiddellijk noteren wat het zeker volgend weekend van thuis moet meebrengen.
  • Mijn tekeningen: knazppe kunstwerken kunnen hier verzameld wordenom te laten zien aan wie het kind wenst
  • Mijn nadenkwerkjes: verzameling van opdrachtjes als sanctie of gevolg van fout gedrag. Gerichte vragen maken dat het kind nadenkt over gdrag en het kan hier achteraf terug naar kijken, als het weer eventjes vergeet wat het geleerd heeft.

3.3.3. Specifieke middelen voor of mét een kind ontwikkeld, omdat het kind er nood aan heeft.

Zijn al de specifieke werkingsmiddelen die gebruikt worden of werden voor een kind, specifiek omdat het kind nood had aan een extra hulpmiddel:
  • Rustmomenten: kaartjes één per dag: voor wie nood heeft aan rustmomenten om preventief prikkels te verminderen
  • Oorstopjes: kunnen nodig zijn om te kunnen slapen
  • Nachtlampje: voor veiligheidsgevoel en gemoedsrust
  • Koptelefoon: om te veel aan nevengeluiden te filteren
  • Lessenrooster: voor een kind om te structureren wanneer wat gedaan moet worden.
  • Kledijlijst: extra ter ondersteuning dat alles meekomt voor verblijf in de leefgroep. Of voor kampen.
  • Weekend-checklist: om aan te duiden wat het kind nodig heeft in het weekend om in de andere leefgroep te gaan slapen en spelen.
  • Hygiëneschema: om kind te helpen bij alle stappen als het een broekje moet uitwassen door vb: encopresis-probleem
  • Horlogestappen: voor kind dat nog met het horloge leert omgaan
  • Computerstappen: voor kind dat met computer leert omgaan
  • Ik zit in stap: overzicht voor kindjes die overzicht nodig hebben over verschillende zaken die in stappen zitten
  • Voetbalkaart: ondersteuningsmiddel voor kind dat naar de voetbalclub gaat
  • Atletiekkaart: controle en ondersteuningsmiddel voor atletiekers.
  • Fietsblad: voor kind dat graag overzicht krijgt op vorderingen in uithouding wat fietstoeren betreft
  • Looplijst: idem fietslijst maar dan toeren lopen
  • Eetlijst: voor kind om visueel te maken wat het niet lust, maar ook dat lijst groeit wat het kind wel lust
  • Hulpprogramma voor: individueel uitgewerkt om verwachtingen te duiden, rust te brengen en te leren luisteren
  • Controlelijst om correct naar school te gaan
  • Gedragslijst met interventies: wat doe ik en gevolgen daarop
  • Moeilijke momenten lijst: observeren moment, interventie en effect ervan
  • Mijn persoonlijke spullen lijst: voor kind om te verduidelijken wat persoonlijk gerief is.
  • (steel)lijst: lijst waar telkens nieuw weggenomen item toegevoegd wordt, om nog weg te nemen te ontmoedigen en zichtbaar te maken wat de hoeveelheid wordt.
  • Weekendschema: mogelijk overzicht wat in het weekend aan activiteiten verwacht wordt ’s morgens en ’s avonds
  • ...
Dit is maar een greep uit specifieke werkingsmiddelen, sommige worden nooit meer gebruikt, andere aangepast voor een ander kind en uiteraard worden er voortdurend nieuwe gemaakt!


Naar Deel 1
Naar Deel 2
Naar Deel 3a
Naar Deel 3b
Dit is Deel 3c
Naar Menu ASS

Algemene organisatie Algemeen gebruikers Partners Algemeen nieuws Vacatures Algemeen contact Algemeen downloads en links Algemeen aanbod Home OLO Algemeen contact Sitemap Tekst verkleinen Tekst vergroten Home OLO