DBC Openluchtopvoeding vzw - Organisatie
 
     
 
  • opdrachtsverklaring
  • directiecomité
  • visie
  • logo
  • historisch overzicht
  • organigram
  •  
         
     
         
     


    DBC Openluchtopvoeding vzw

    Miksebaan 264
    2930 Brasschaat
    (wegbeschrijving)

    Algemeen directeur: Peter Verfaillie

    03/633 98 50
    03/663 39 85
    Stuur een bericht


     
         
     
     
    Beleidsvisie Buitengewoon basisonderwijs Remi Quadens

    1. Mensbeeld

    Het Buitengewoon basisonderwijs Remi Quadens vertrekt vanuit een humanistische visie.
    Wij gaan ervan uit dat elke mens gericht is op groei en maximale ontplooiing. Groei beschouwen we in de ruime zin van het woord: ontwikkelen, leren, veranderen.
    Elke mens heeft ook het recht op kansen die deze groei mogelijk maken.
    Centraal staat de eigenheid van elke persoon in zijn totaliteit. Ieder mens is een uniek individu dat in elke situatie tot zijn recht moet kunnen komen. Dit impliceert dat we de ander steeds tegemoet treden met fundamenteel respect en onvoorwaardelijke aanvaarding. Daarnaast gaan wij ervan uit dat de mens maar mens kan zijn in relatie met anderen. Een harmonische wisselwerking tussen individu en samenleving is onontbeerlijk. Slechts in relatie met anderen kunnen mensen zin geven aan het eigen handelen en zich kritisch opstellen tegenover het maatschappelijk gebeuren.
    Wij respecteren elke godsdienstige, filosofische en ideologische overtuiging voor zover ze de integriteit en de vrijheid van de medemens niet in het gedrang brengt. De vrijheid van de persoon eindigt immers daar waar de vrijheid van de ander begint.

    2. Onderwijs en opvoeding

    Vanuit dit mensbeeld kijken wij naar onderwijs in het algemeen en naar het onderwijs in onze school in het bijzonder. Wij beschouwen onze school als opvoedingsgemeenschap. Dit betekent dat we onderwijs benaderen als een opvoedingsproces waarin we extra accenten leggen. Deze extra accenten verwijzen in eerste instantie naar de specificiteit van "onderwijs" en ten tweede naar wat ons onderwijs "buitengewoon" maakt.
    Een omschrijving van opvoeden maakt duidelijk wat we met ons onderwijs willen bereiken.

    "Opvoeden is kansen schenken aan menselijke ontwikkeling door het aanbieden van een pedagogische relatie; het creëren van een groeibevorderend klimaat en het ontwikkeling uitlokkend hanteren van situaties."
                          (Kok, J.F.W.; (1984) Specifiek opvoeden in gezin en school, dagcentrum en internaat.)

    In deze omschrijving wordt opvoeden opgehangen aan drie centrale elementen: relatie, klimaat en situatiehantering. Deze drie elementen nemen we verder mee in de uitwerking van wat ons onderwijs inhoudt.



    Wat is "buitengewoon" onderwijs?
    "Specifiek opvoeden is opvoeden dat overaccentuering kent in functie van en als antwoord op de specifieke vraagstelling van het kind."
                          (Kok, J.F.W.; (1984) Specifiek opvoeden in gezin en school, dagcentrum en internaat.)

    In onze school werken wij met kinderen die behoefte hebben aan speciale onderwijszorg. Elk kind binnen de school heeft zijn / haar specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften. Deze behoeften kunnen we aflezen uit de manier waarop dit kind zich aan ons toont, uit het gedrag dat het kind vertoont. Het is onze opdracht deze behoeften op te vatten als een vraag die het kind aan ons stelt. Wanneer wij speciale onderwijszorg aan dit kind willen bieden, buitengewoon onderwijs willen zijn, moeten we een antwoord op deze vraag formuleren Dit antwoord bestaat uit extra accenten die we leggen in de relatie die we met het kind aangaan, het klimaat dat we creëren en de leersituaties die we aanbieden.
    De vraagstelling van het kind is binnen de werking van onze school terug te vinden in geformuleerde zorgvragen. Elke zorgvraag is dan ook een concretisering van de vraagstelling van het individuele kind.

    Wat betekent dit voor ons?

    Elk kind heeft nood aan relatie

    Het in relatie zijn met anderen beschouwen we als de kern van opvoeden. Het in relatie zijn met anderen is fundamenteel voor de algemene ontwikkeling van elke persoon. Slechts in relatie hebben we een reden ons handelen te veranderen.
    Binnen onderwijs ontwikkelt deze relatie zich voornamelijk tussen de leerkracht enerzijds en het kind anderzijds. Leerkrachten voelen zich verantwoordelijk voor de ontwikkeling van kinderen en engageren zich daarom tot een duurzame relatie met kinderen. Zij benaderen kinderen vanuit een houding van onvoorwaardelijke aanvaarding.
    De relatie tussen beiden heeft het karakter van een dialoog wat betekent dat ze steunt op gelijkwaardigheid en impliceert ook dat beiden een actieve rol spelen. In deze relatie wordt de leerkracht de persoon die zich richt op onderwijzen en wordt het kind de leerling die kansen krijgt op ontwikkeling en leren.
    De accenten die we als leerkracht leggen in de relatie die we met kinderen aangaan worden bepaald door de vraagstelling.

    Een klimaat creëren dat de groei bevordert

    Klimaat staat voor het affectieve klimaat, de sfeer die heerst binnen de school, binnen de klas en bij specifieke situaties. Wij werken doelbewust aan een groeibevorderend klimaat, dat gekenmerkt wordt door een aantal elementen die maken dat leren optimaal mogelijk wordt.
    Volgende elementen in dat klimaat zijn voor ons essentieel om tot leren en groei van kinderen te komen:

    • Veiligheid. Een omgeving waarin kinderen zich veilig voelen is een omgeving die gekenmerkt wordt door duidelijkheid en voorspelbaarheid. De houding van leerkrachten wordt in dit kader gekenmerkt door echtheid, respect, empathie en vooral onvoorwaardelijke aanvaarding.
    • Kansen. Kinderen moeten steeds ervaren dat ze alle kansen krijgen. Alleen wie telkens opnieuw een kans krijgt blijft geloven in de mogelijkheden van verandering en ontwikkeling. Een nieuwe kans betekent opnieuw perspectief bieden in een situatie die vastgelopen is.
    • Verbondenheid. Wie zich verbonden voelt met de school en het schoolgebeuren, ervaart dat hij meetelt en erbij hoort. Zo kan hij zich mee verantwoordelijk leren voelen voor een groter geheel. Dit komt duidelijk tot uiting in het werken aan de wij-kring binnen een klas. De ervaring tot een groep te behoren waarin men elkaar nodig heeft en voor elkaar zorg draagt, is belangrijk voor de verdere ontwikkeling van kinderen en hun plaats in de samenleving. Verbondenheid ervaren met de klas en de school is een oefening op het zich verbonden voelen met de samenleving in zijn totaliteit.


    Naast deze algemene elementen wordt het klimaat in groepen en klassen bepaald door de individuele noden van kinderen. In elke groep worden extra accenten gelegd in het klimaat dat gecreëerd wordt om het leren en het welbevinden van deze specifieke groep optimaal mogelijk te maken.

    Leersituaties zodanig hanteren dat ontwikkeling mogelijk wordt.

    Ons onderwijs is steeds gericht op het bereiken van doelen, zowel op korte als op lange termijn. Deze worden bepaald op basis van het totaalbeeld van het kind en sluiten aan bij de vraagstelling. Om recht te doen aan dit totaalbeeld zijn zowel kennis, vaardigheden als attitudes belangrijk.

    Om de gestelde doelen te kunnen bereiken, worden leersituaties aangereikt. Een leersituatie is elke concrete situatie waarin onderwijs geboden wordt. De keuze voor bepaalde leersituaties wordt bepaald door de doelen die worden gesteld. Het hanteren van deze situaties wordt afgestemd op het individuele kind. Dit betekent dat we heel bewust bepaalde leersituaties zullen kiezen.

    Opdat kinderen zich zo optimaal mogelijk zouden kunnen ontwikkelen, kiezen wij voor leersituaties die aansluiten bij hun belevingswereld. Dit betekent dat de aangeboden situaties concreet en realistisch zijn zodat ze voor kinderen betekenis hebben. Ervaringen vormen hierbij een belangrijk aanknopingspunt. Om ervoor te zorgen dat situaties betekenis hebben, is de samenhang tussen verschillende leergebieden (horizontale samenhang) zeer belangrijk. In de praktijk zal vak- en groepoverschrijdend werken hiertoe een middel zijn.
    Wanneer de leersituaties aansluiten bij de belevingswereld van kinderen, worden kinderen ook actieve partners in het eigen leerproces. Leren is dan ook voor ons een actief proces van het zich eigen maken van kennis, vaardigheden en attitudes.
    Het is onze taak een krachtige leeromgeving te creëren. Hierin willen we expressiviteit en creativiteit een belangrijke plaats geven. Expressie en creativiteit hebben te maken met zich uiten en met communiceren, zowel verbaal als non-verbaal.

    Ook conflicten en crisissen zijn voor ons belangrijke leersituaties. Conflicten maken immers deel uit van het leven en het is dan ook belangrijk kinderen hiermee te leren omgaan. Via reflectie op het eigen handelen, bieden we kinderen de mogelijkheid inzicht te verwerven in de eigen problematiek en reiken we handvatten aan om hiermee om te gaan.

    In de keuze van leersituaties bieden we kinderen ook houvast om een transfer te kunnen maken naar levensechte situaties. Het toepassen van het geleerde in andere situaties vraagt veel oefentijd en een stapsgewijze opbouw.

    Elk handelen, maar zeker opvoedend handelen, situeert zich tegenover waarden, normen en regels. Opvoeden gebeurt nooit vanuit het niets. Ook binnen onze school wordt er opgevoed vanuit een cultuurgebonden referentiekader. Onze school kunnen we beschouwen als een minisamenleving waar kinderen in een veilige omgeving kunnen oefenen voor het leven.

    3. Een kijk op kinderen

    Elk kind in onze school bekijken we als een geheel met een eigen identiteit. Dit betekent dat we meer zien dan problemen, falen, resultaten, ... Deze identiteit is geen statisch gegeven maar is veelzijdig en dynamisch.

    Veelzijdig verwijst naar de aspecten die samen dit geheel vormen. We denken hierbij enerzijds aan de ontwikkeling op cognitief, sociaal, dynamisch-affectief, muzisch-creatief, communicatief en motorisch vlak. Anderzijds kijken we naar aspecten uit de context van het kind zoals schoolverleden, gezin, ervaringen ... Al deze aspecten vormen samen en in hun onderlinge relatie de identiteit van het kind.

    Dynamisch verwijst naar mogelijkheid tot verandering. We kijken naar kinderen als zich ontwikkelende personen. Dit betekent dat niet alles vast ligt. Als we naar kinderen kijken, kijken we naar mogelijkheden. Mogelijkheden wijzen op perspectief, op verandering, op leren.

    Het unieke kind in zijn unieke context staat voor ons centraal. Elk kind heeft voor ons het recht om een eigen identiteit te ontwikkelen. Dit betekent dat elk kind zichzelf mag zijn en dat we elke persoon aanvaarden zoals hij is.


    Wat betekent dit voor ons?

    • Deze kijk op kinderen veronderstelt een basishouding die gekenmerkt wordt door: respect, empathie en onvoorwaardelijke aanvaarding.
    • Elke leerling binnen onze school benaderen we als een unieke persoon in een unieke context. Ons onderwijs zal dan ook steeds op maat zijn van het kind. In de praktijk vinden we dit terug in het individueel handelingsplan. Daarin vertrekken we vanuit de vraagstelling van kinderen die geconcretiseerd wordt in zorgvragen. Deze individuele zorgvragen worden beantwoord in het handelingsplan.
    • Wanneer kinderen het recht hebben om een eigen identiteit te ontwikkelen, is het belangrijk dat ze zicht hebben op hun eigen problematiek. Om met de last en het verdriet van de eigen problemen om te gaan is het belangrijk dat kinderen zelf zicht hebben op hun eigen zwaktes en sterktes, op hun eigen mogelijkheden en zo groeikansen krijgen. Wanneer we ons focussen op de mogelijkheden van kinderen, kiezen wij ervoor te werken vanuit de sterkte kanten van kinderen. We proberen het leerproces op te hangen aan deze positieve mogelijkheden en ze optimaal te benutten. Op die manier leren kinderen dat ze iets waard zijn en verandert de kijk op zichzelf. Alleen vanuit dit sterk zelfwaardegevoel kunnen kinderen stappen zetten in een leerproces dat voor hen moeilijk is.
    • Wanneer wij naar kinderen kijken als een unieke identiteit die veelzijdig en dynamisch is, dan beschouwen wij het als onze opdracht te werken aan de harmonische ontwikkeling van die totale persoon. Ons onderwijs is dan ook niet eenzijdig cognitief gericht. Cognitieve, sociaal-emotionele, psychomotorische, communicatieve en muzisch-creatieve vaardigheden zijn even belangrijk en evenwaardig in ons onderwijsaanbod.

    3. Kwaliteit

    Ons onderwijs is doelgericht.
    Wat we doen binnen onze school, doen we niet zomaar. Elk handelen is doelgericht. Op basis van de beginsituatie van het kind, wordt een handelingsplan opgemaakt. Dit plan bepaalt de weg, die voor dit kind gevolgd wordt om, op een zo optimaal mogelijk manier te werken aan een vooropgesteld doel. Deze doelen worden geselecteerd uit de ontwikkelingsdoelen buitengewoon basisonderwijs en zijn afgestemd op de individuele vraagstelling van het kind.

    Ons onderwijs is systematisch.
    De weg die voor het individuele kind wordt uitgetekend, wordt weergegeven in een plan. Planmatig werken is een continu proces van beeldvorming, doelen stellen, voorbereiden, uitvoeren en evalueren. Binnen deze verschillende fasen is teamwork essentieel. Planning is een gebeuren in de tijd. We kijken niet alleen naar de volgende stap in de ontwikkeling maar ook verder. Planmatig werken toont de wijze waarop wij tegemoetkomen aan de specifieke zorgvragen van het individuele kind.
    Wanneer we in ons plan doelen kiezen, zijn de ontwikkelingsdoelen buitengewoon onderwijs voor ons de leidraad. De verschillende leergebieden komen hierbij op een evenwichtige manier aan bod. Binnen elk leergebied wordt steeds gezorgd voor de (verticale) samenhang om een continue ontwikkelingslijn te garanderen.

    Ons onderwijs is transparant.
    Planmatig en doelgericht werken vraagt samenwerking en teamwerk. Dit impliceert een transparante manier van werken. Optimaal samenwerken kan alleen wanneer er een openheid nagestreefd wordt binnen elke stap van planmatig werken.
    Deze transparantie willen wij ook nastreven ten aanzien van ouders en andere kindbetrokkenen. Dit houdt in dat wat er binnen de school met een kind gebeurt, duidelijk wordt gecommuniceerd met alle andere betrokkenen en in de eerste plaats met de ouders.

    Ons onderwijs is interdisciplinair.
    Binnen ons onderwijs is teamwerk belangrijk. Binnen het team zijn verschillende disciplines vertegenwoordigd: leerkracht, logopedist, kinesist, orthopedagoog. Elke discipline heeft zijn specifieke deskundigheid. De deskundigheid wordt ingezet aansluitend op de vraagstelling en de specifieke zorgvragen van het kind. Alle disciplines werken vanuit de eigen deskundigheid mee aan het antwoord op de zorgvragen van het kind. Wij kiezen ervoor deze deskundigheid zodanig in te zetten dat de deskundigheid van elk teamlid verhoogd wordt.

    3. Emancipatorisch werken

    Het buitengewoon basisonderwijs stelt zichzelf tot doel te streven naar harmonische persoonlijkheidsontwikkeling met het oog op een zo optimaal mogelijk integratie in de hedendaagse maatschappij. Aansluitend op onze kijk op kinderen en onderwijs, werken wij emancipatorisch aan deze doelstelling.

    Emancipatie betekent dat kinderen greep krijgen op het eigen functioneren en komen tot het ontwikkelen van een eigen identiteit.

    Wat betekent dit voor ons ?
    Greep krijgen op het eigen functioneren houdt in dat kinderen verantwoordelijkheid leren dragen voor het eigen handelen.
    Verantwoordelijkheid opnemen voor het eigen handelen veronderstelt keuzes leren maken. Vanuit het aanbieden van keuzemogelijkheden kunnen kinderen dit leren. Een proces van loslaten en losmaken is hierin belangrijk. Tijdens ons onderwijsproces moeten we kinderen stilaan loslaten zodat ze het eigen leerproces in handen kunnen nemen. Hierbij is het belangrijk aandacht te hebben voor transfer. We moeten kinderen bewust oefenmogelijkheden aanreiken om geleerde vaardigheden en attitudes te oefenen in andere situaties. De dialoog met kinderen is hierin zeer belangrijk.

    Emancipatorisch werken houdt in dat kinderen en hun ouders mee kunnen participeren.
    Participatie richt zich dan ook enerzijds op de zorgvraag van het individuele kind. Dit betekent dat ze inspraak hebben in het handelingsplan. Deze participatie wordt gerealiseerd door de dialoog aan te gaan met kinderen en ouders over de zorgvraag en het mogelijke antwoord hierop. Deze dialoog wordt steeds gekenmerkt door gelijkwaardigheid. Wij beschouwen kinderen en hun ouders als gelijkwaardige partners en de dialoog is steeds gericht op groei van de eigenheid en de autonomie van kinderen en ouders.
    Op die manier kunnen zowel ouders als kinderen aangeven wat voor hen belangrijk is en waar ze zelf aan willen en kunnen werken.

    Anderzijds streven we naar participatie van kinderen en ouders in de school en het schoolgebeuren. Participatie is een cultuur, een manier van omgaan met elkaar, een weg om verschillende belangen met elkaar te verzoenen. Op die manier voelt iedereen zich meer betrokken bij het leven en leren op school. Participatie veronderstelt structuren die informatiedoorstroming en inspraak mogelijk maken.

    Klik op onderstaande links voor de visieteksten van de verschillende afdelingen:

    Visie DCB Openluchtopvoeding
    Kinderen en jongeren
    Volwassenen
    Ludentia persoonlijk assitentiebudget (PAB)
    Ludentia trajectbegeleiding (TJB)
    Observatie en behandeling OBC Mastenhof
    Buitengewoon basisonderwijs (BuBaO)


    Algemene organisatie Algemeen gebruikers Partners Algemeen nieuws Vacatures Algemeen contact Algemeen downloads en links Algemeen aanbod Home OLO Algemeen contact Sitemap Tekst verkleinen Tekst vergroten Home OLO